besparingen

Fiscale hervorming 2026 : wat elke kredietnemer en spaarder moet weten

9 maart 2026

De nieuwe federale regering voerde een reeks hervormingen door waarvan de eerste effecten al dit jaar merkbaar zijn. Hypothecair krediet, schuldsaldoverzekering, nalatenschappen, pensioensparen, meerwaardebelasting : wat er concreet verandert, en waarom het nuttig is dit te bespreken met uw verzekeringsmakelaar.

1. Hypothecair krediet en schuldsaldoverzekering : wat wijzigt er?

Dit is de maatregel die Belgische eigenaars het meest rechtstreeks raakt : de federale fiscale aftrek van de gewone intresten op hypothecaire leningen voor tweede verblijven en verhuurpanden wordt afgeschaft, zonder overgangsperiode. Ze geldt voor nieuwe én voor reeds lopende kredieten.

Het einde van een voordeel voor meervoudige eigenaars

Tot voor kort kon een eigenaar die een huurinvestering of tweede verblijf financiert, de intresten op zijn lening aftrekken van zijn belastbare onroerende inkomsten. Dit gold voor hypothecaire leningen, bouwkredieten en energieleningen op elk goed dat niet als hoofdverblijfplaats werd gebruikt.

Dat is niet langer het geval : intresten betaald vanaf 2025 zijn niet meer aftrekbaar. Concreet betekent dit dat de belastingaangifte van 2026 (inkomsten 2025) de eerste zal zijn die de impact voelt. Intresten betaald in 2024 bleven nog aftrekbaar.

  • De maatregel geldt voor lopende kredieten afgesloten vóór 2025, zonder enige overgangsperiode.
  • Betrokken zijn : hypothecaire leningen, renovatiekredieten en energieleningen op een goed dat niet als hoofdverblijfplaats wordt gebruikt.
  • Leningen afgesloten door vennootschappen blijven wel aftrekbaar.

Ongeveer 1,19 miljoen Belgen bezitten meerdere onroerende goederen. Voor velen onder hen wijzigt deze afschaffing het netto rendement van hun investering rechtstreeks.

En de eigen woning?

De eigen woning wordt niet rechtstreeks geraakt door deze federale maatregel. De gewestelijke voordelen waarop u uw krediet afsloot, blijven van toepassing onder hun oorspronkelijke voorwaarden :

  • In Wallonië : de woonchèque blijft actief voor leningen afgesloten tussen 2016 en 2024. Voor nieuwe kredieten gesloten na 1 januari 2025 bestaat ze niet meer — maar in ruil werden de registratierechten voor een enige eigen woning van 12,5 % naar 3 % teruggebracht.
  • In Vlaanderen : de woonbonus is afgeschaft voor nieuwe leningen afgesloten na 2020. Bestaande contracten blijven gedekt. Verlaagde registratierechten voor de enige gezinswoning zijn behouden.
  • In Brussel : de abattement op de registratierechten voor de eigen woning blijft van kracht.

Ter info : vanaf 1 januari 2025 kent geen enkel gewest nog een nieuw fiscaal voordeel toe op een nieuw afgesloten hypothecaire lening voor een eigen woning.

De impact op de schuldsaldoverzekering (SSV)

De schuldsaldoverzekering is nauw verbonden met het hypothecair krediet : ze garandeert de terugbetaling van het resterende kapitaal bij overlijden van de kredietnemer. De afschaffing van de intrestaftrek op tweede verblijven wijzigt het functioneren noch het nut van de SSV als risicodekking.

Ze nodigt echter uit om de globale financieringsstructuur te herbekijken : voor een verhuurpand waarvan het netto rendement daalt, moet het evenwicht tussen kredietkost, verzekeringskost en huuropbrengsten herberekend worden.

Bovendien kunnen de premies van een schuldsaldoverzekering gekoppeld aan de eigen woning nog steeds ingepast worden in het kader van langetermijnsparen, op voorwaarde dat de fiscale mand van de kredietnemer niet al volledig gevuld is door de kredietaflossingen zelf.

2. Nalatenschappen en schenkingen : regels in beweging

Successie- en schenkingsrechten zijn een gewestelijke bevoegdheid. De federale fiscale hervorming wijzigt de tarieven niet rechtstreeks, maar een combinatie van federale en gewestelijke ingrepen verdient aandacht, zeker voor wie een vermogensoverdracht voorbereidt.

De bankgift : een instrument met verhoogd risico

In Vlaanderen is een roerende schenking zonder registratie riskanter geworden. Overlijdt de schenker binnen drie jaar na de schenking, dan kunnen successierechten worden gevorderd op de overgedragen goederen. Registratie van de schenking elimineert dit risico, maar brengt schenkingsrechten met zich mee.

In Wallonië en Brussel geldt dezelfde termijn van drie jaar voor niet-geregistreerde roerende schenkingen. In elk geval hangt de beslissing om al dan niet te registreren af van uw persoonlijke situatie : leeftijd van de schenker, gezondheidstoestand, bedragen, graad van verwantschap. Een notaris of vermogensplanningsadviseur blijft onmisbaar om deze parameters af te wegen.

Overdracht van familiebedrijf : regime behouden, maar een maas wordt gedicht

Het Vlaamse regime voor de overdracht van een familiebedrijf — vrijstelling bij schenking, vast tarief van 3 % in rechte lijn bij vererving mits voorwaarden — wordt behouden in zijn grote lijnen. Toch zou de mogelijkheid om privévastgoed via een vennootschap onder dit gunstregime te laten vallen worden afgesloten. Voor patrimoniale structuren die op dit mechanisme steunen, dringt een herziening zich op.

De levensverzekering als transmissieinstrument

In dit kader behoudt de levensverzekering haar volledige relevantie als instrument voor successieplanning. De aanduiding van een begunstigde maakt het onder voorwaarden mogelijk dat het overgedragen kapitaal buiten de belastbare nalatenschap valt. Gecombineerd met een schenking of een notariële structurering biedt ze een flexibiliteit die moeilijk te evenaren is.

Een goed gestructureerd levensverzekeringscontract kan tegelijk dienen als voorzorginstrument, pensioenaanvulling en overdrachtsvoertuig. Zijn veelzijdigheid maakt het vaak het centrale element in een evenwichtige successieplanning.

De fiscale hervorming raakt niet aan het overlijdensdénouement : de meerwaardebelasting geldt niet bij uitkering van het kapitaal na overlijden van de verzekerde. Dat behouden voordeel versterkt nog meer het belang van de levensverzekering in een overdrachtslogica.

3. Pensioensparen en levensverzekering : wat blijft behouden?

Langetermijnsparenproducten gekoppeld aan pensioen zijn uitdrukkelijk buiten het toepassingsgebied van de nieuwe meerwaardebelasting gehouden. Dat is een belangrijke bevestiging voor de miljoenen Belgen die via deze voertuigen sparen.

Beschermde producten

  • Pensioensparen (rekeningen en fondsen)
  • Groepsverzekering (2e pijler werknemer)
  • Langetermijnsparen (levensverzekering gekoppeld aan een krediet of zelfstandig afgesloten)
  • VAPZ — Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen
  • Elk contract waarvan het dénouement plaatsvindt door overlijden van de verzekerde

Wat niet beschermd is

De beleggingsverzekeringen (takken 21 en 23) buiten een pensioenkader vallen wel onder de belasting bij een afkoop vanaf 1 januari 2026. De meerwaarde berekend ten opzichte van de contractwaarde op 31 december 2025 zal onderworpen zijn aan de bijdrage van 10 %. De verzekeringsmaatschappij houdt deze in aan de bron.

Het onderscheid tussen een levensverzekeringscontract met pensioenbestemming en een zuiver beleggingscontract is fiscaal nooit zo bepalend geweest. Heeft u tak 21 of tak 23 contracten buiten een pensioenkader? Dan loont het de moeite deze te overlopen met uw makelaar om te identificeren welke betrokken zijn.

Ruimere mogelijkheden voor zelfstandigen

De hervorming biedt nieuwe marge voor zelfstandigen :

  • Het maximale bijdragepercentage voor het klassieke VAPZ stijgt van 8,17 % naar 8,50 % vanaf 2026.
  • Zelfstandigen in bijberoep krijgen voortaan ook toegang tot het VAPZ.
  • De regelingen VAPZ, IPT en POZ worden geharmoniseerd en vereenvoudigd in de loop van de legislatuur, met een hervorming van de 80 %-regel.

Voor een zelfstandige vertegenwoordigt elk extra bijdragepunt binnen een fiscaal voordelig kader een concreet hefboomeffect. Een herziening van uw aanvullende pensioenstrategie dringt zich op als u dat de voorbije jaren niet deed.

4. De nieuwe meerwaardebelasting op financiële activa

De hervorming voert een solidariteitsbijdrage van 10 % in op meerwaarden gerealiseerd bij de vervreemding van financiële activa. Het is een primeur in België, waar deze winsten tot nu toe vrijgesteld waren voor particulieren die hun privévermogen beheerden.

Wat belastbaar is, wat niet

Betrokken zijn : aandelen, obligaties, fondsdeelbewijzen, crypto-activa en beleggingsverzekeringen buiten pensioenkader (takken 21 en 23). Vrijgesteld zijn : producten van de 2e pijler en het pensioensparen, niet-gerealiseerde latente meerwaarden, en overlijdensdénouementen.

Het mechanisme van de « foto »

Om retroactiviteit te vermijden, wordt de referentiewaarde van elk actief vastgelegd op 31 december 2025. Alleen de waardestijging vastgesteld na die datum telt mee in de belastbare basis.

Voorbeeld : een fonds gekocht voor 10 000 € in 2021 was 12 000 € waard op 31 december 2025. Verkoopt u het in 2027 voor 14 000 €, dan zijn slechts 2 000 € belastbaar. De bijdrage bedraagt 200 €.

De praktische modaliteiten

  • Jaarlijkse vrijstelling van 10 000 € per persoon — niet-gebruikte vrijstelling kan tot maximaal 15 000 € oplopen over vijf jaar.
  • Minwaarden zijn aftrekbaar van meerwaarden van hetzelfde jaar — zonder overdracht naar het volgende jaar.
  • De belasting wordt ingehouden aan de bron door de Belgische financiële tussenpersoon, vanaf de eerste euro.
  • Een opt-out-mechanisme laat toe de aangifte zelf te beheren via de personenbelasting om winsten en verliezen te verrekenen.
  • Ligt de historische aankoopprijs hoger dan de fotowaarde, dan kan die worden gebruikt als basis tot 2030, via aangifte.

Deze maatregel bevindt zich nog in het wetgevend stadium op de datum van publicatie. Diverse toepassingsmodaliteiten moeten nog worden bevestigd door de wetgever.

5. Vijf vragen om u nu al te stellen

Deze hervormingen raken niet iedereen op dezelfde manier. Hier zijn de concrete vragen die u prioritair moet bespreken met uw verzekeringsmakelaar.

  1. Is mijn krediet op tweede verblijf nog rendabel? De afschaffing van de intrestaftrek wijzigt het netto rendement van uw huurinvestering. Een herberekening dringt zich op, zeker als u een herfinanciering overweegt.
  2. Is mijn schuldsaldoverzekering nog goed gekalibreerd? Een wijziging in de financieringsstructuur van een goed kan gevolgen hebben voor de dekking bij overlijden. Controleer of het verzekerd kapitaal nog overeenstemt met uw werkelijke situatie.
  3. Heb ik tak 21 of tak 23 contracten buiten een pensioenkader? Zo ja, evalueer hun waarde op 31 december 2025 en anticipeer op de fiscale impact van een eventuele toekomstige afkoop.
  4. Is mijn successieplanning actueel? De regels rond schenkingen, bedrijfsoverdrachten en de rol van de levensverzekering verdienen herziening in het licht van de recente evoluties.
  5. Ben ik zelfstandige en optimaliseer ik mijn aanvullend pensioen? De uitbreiding van het VAPZ en de aangekondigde vereenvoudiging van de regelingen bieden nieuwe marges te benutten vanaf 2026.

Bij Aviza volgen we deze evoluties op de voet om u te helpen uw dekking en uw vermogensstrategie op het juiste moment aan te passen. Maak een afspraak met een van onze adviseurs.

Dit artikel is louter informatief. Het vormt geen gepersonaliseerd fiscaal, juridisch of financieel advies. De informatie weerspiegelt de stand van de gekende teksten en wetsprojecten op de publicatiedatum (maart 2026). Raadpleeg een gekwalificeerde professional voor elke vermogensbeslissing.

Schuldsaldoverzekering

Verlaag de totale kost van je hypothecair krediet met de Aviza schuldsaldoverzekering

Simuleer je schuldsaldoverzekering online en ontvang meteen een schatting.

$